Recensie Exposant

 

Column "Kostbare Carrière" van Ab Janssen in beurzen-vakblad Exposant

 

(Als U de inleiding wilt overslaan en meteen naar het verslag wil van mijn beursoptreden, begint U dan te lezen na de stippellijn.) 

 

HEERLIJKE HUMOR & WONDEREN 

 

Al vaker is in de Exposant gesproken over de HOMO LUDENS. De spelende mens. 

 

En eigenlijk logisch, de mens wil zich amuseren en geamuseerd worden. 

 

Een artikel over een zeldzaam fenomeen.

 

Dat een mens nooit te oud is om te leren, ondervond Uw columnist weer eens afgelopen maand. In Arnhem werden de Bedrijvencontactdagen gehouden, een uitstekend initiatief van de diverse Kamers van Koophandel en van diverse brancheverenigingen om weer eens duidelijk te maken dat ondernemers gebruik moeten maken van hun economisch geografische gebied, en wonende in Arnhem Nijmegen tot het besef moeten komen dat er over de grens ook nog een afzetgebied zit.

 

Daar ook vele Duitse bedrijven tot het besef komen dat er over de grens net zo goed zaken kunnen worden gedaan was het een gezellige drukte van belang in een bomvolle hal in een bonte mengeling van Duitse en Nederlandse bedrijfjes en bedrijven, samen tot uiting brengend dat er binnen Europa langzaam maar zeker Euregio's aan het ontstaan zijn.

 

Qua aankleding kan de beurs beslist nog beter, hoewel elk jaar de kwaliteit toeneemt, en het aantal standhouders en bezoekers trouwens ook. Maar voor onze professionele standbouwers is dit een dankbaar jachtterrein. Uw verkoper al een catalogus laten aanvragen en de exposanten al met een bezoek vereerd?

 

Volgend jaar weer hoor!

 

Deze beurzen hebben absoluut toekomst voor het MKB. Het is puur netwerken en er zijn zelfs al voorzichtige pogingen er een congres aan te koppelen. Altijd een teken van daadkrachtig leven. In diverse zaaltjes stonden een stoelen in theater opstelling waar men zich door experts kon laten briefen over alle mogelijke onderwerpen die voor het MKB van belang werden geacht. 

 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 

Al wandelend werd ik op een gegeven moment aangeschoten door een Heer. En met recht een Heer zo weggestapt uit de Pickwick Papers van Charles Dickens. Hij sprak mij zeer beleefd aan, informeerde met warme belangstellende stem hoe ik het vandaag maakte, en vroeg met een heden ten dage ongekende beleefdheid of ik enige minuten tijd voor hem had. En dan op een dergelijk manier of deze tijd een kostbaar geschenk van mij aan hem was. Sommige mensen kunnen dat. Hij was er zo één.

 

Hij vroeg mij of ik een speelkaart in gedachten wilde nemen. Nu wil het toeval dat ik zelf de speelkaart ruiten vier al jaren gebruik in een voorbeeld wat ik aan mijn studenten vertel als ik ze moet gaan uitleggen wat gesloten en open vragen zijn. Met een bepaalde vraagtechniek van stellen van gesloten vragen kom je dan altijd geheid op ruiten vier uit, en altijd voel ik mijzelf een beetje een magicus als ik die verbaasde gezichten weer voor me zie als ik triomfantelijk ruiten vier uit mijn borstzakje trek. Ik leg het ze wel uit, want een docent aan de Hogeschool wat ik af en toe ben mag niet verward worden met een goochelaar. Ieder zijn rol!

 

Mijn Dickensiaanse vriend, want zo behandelde hij mij, en dat gevoel bracht hij ook onmiddellijk over, gaf ik haast automatisch als antwoord: RUITEN VIER. De kaart, die hij in zijn hand had, bleek evenwel een klaver aas te zijn.

 

Triomfantelijk zei ik, maar die had ik niet in gedachten. Hij schudde wat bedachtzaam met zijn hoofd, knikte ernstig, en zei dat dit heel eigenaardig was om reden dat de ruiten vier nu juist de enige kaart was, die niet in het spel zat, hetgeen warempel ook het geval bleek te zijn. Hij gaf aan de ruiten vier nu juist al jaren apart te bewaren voor het unieke geval ooit iemand tegen te komen met de bijzondere gave, hem te kunnen vertellen, welke kaart erin zijn portefeuille zat.

 

Hij haalde een platte portefeuille uit zijn binnenzaak, opende bedachtzaam en zorgvuldig een zijvakje, en haalde daar tergend langzaam met de rugzijde naar mij toe nog een speelkaart uit. Hij draaide hem in een verontschuldigende pose langzaam om en vroeg op gespeelde onzekere toon of ik misschien deze kaart in gedachten had gehad. We zagen dus RUITEN VIER.

 

Nog niet van mijn echt gemeende verbijstering bekomen, drukte hij mij hartelijk de hand en feliciteerde mij met het feit dat ik de eerste was, die de ruiten vier in de portefeuille geraden had. Hij zei: "Ik feliciteer U daarmee van harte want vanwege deze opmerkelijke prestatie heeft U zich met onmiddellijke ingang het recht verworven nu een gesprek te mogen hebben met de Directeur van het Bedrijf wat ik hier op de beurs mag vertegenwoordigen." Hij schudde mij als een jaren niet geziene vriend de hand en leidde mij de stand binnen van een landelijk werkende trainer en opleider die mij met de gehele verkoopstaf begroette, alsof ik de verdwenen zoon was die na lange omzwervingen huiswaarts keerde.

 

De man, Ferry Gerats, is een internationaal bekend fenomeen, en zowel hij als zijn opdrachtgever beseften dat de beste manier om met mensen om te gaan een combinatie is van humor en wonderen. Niets werkt zo ontwapenend als goede manieren en humor, niets is zo goed als het opwekken van nieuwsgierigheid. Ik heb nog een tijdje naar de man staan kijken, en het was geweldig wat hij voor elkaar kreeg. Mensen werden aangesproken, vielen zichtbaar in verbazing, alle emoties van verbazing, bewondering en nieuwsgierigheid ( Hoe doet U dat nou? Hoe kan dat? Is U helderziende? Heeft U ook tarotkaarten?) werden op het gangpad tentoongespreid. Het zag er zwart van de mensen en het was er oergezellig. Iedereen wist waar de stand van de trainer was, op dezelfde manier waarop naar water snakkende woestijnreizigers elkaar de bierpomp in de oase wezen, begonnen de mensen bij de ingang al te vertellen dat in stand 253 in gangpad F iets geweldigs te beleven was.

 

Ferry Gerats heeft een website, Voor één keer vond ik de redactie bereid als service naar U toe om dat buiten mijn column te vermelden. Hij brengt zijn dienstverlening onder de aandacht op een heel bescheiden manier, op dezelfde sympathieke en bescheiden wijze zoals hij U op een volgende beurs zal benaderen. Hij stelt het volgende:

 

Deze dienstverlening is uitermate geschikt voor het entertainen van gasten op de stand ( vooral handig als die even op de vertegenwoordiger moeten wachten), het fêteren ( mooi woord hé grave;) van belangrijke relaties; het verzamelen van visitekaartjes van passanten of indien gewenst het selecteren van potentiele opdrachtgevers uit de beursbezoekers.

 

Het is een oud beroep. Vroeger heette dat een "stoupier" tegenwoordig bij disco's e.d. een pusher. Het begrip is hetzelfde, mensen vangen in de netten.

 

Een prachtige man, met een schitterende dienstverlening in ons BCE vak.

(BCE=Beurzen, Congressen en Evenementen)